Observation
Conditions d’achèvement
Veel van de standaardpraktijken dat wij op onze gedomesticeerde dieren leggen – hetzij huisdieren, vee, of werkende dieren – zijn op antropomorfische projectie gebaseerd: twee, drie of vier vaste maaltijden per dag; dieren binnenhalen ’s-avonds aldaar zijn een goede nachtrust kunnen krijgen; een comfortabele bed om er in te liggen, in een kleine privéruimte… praktijken die wij, als mens, geriefelijk en veilig vinden. Drie goede maaltijden om ons te voeden; de grote boze wereld buitensluiten om onze eigen klein plekje weg van de gevaren van de nacht; de ontspanning en herstel van energie gekregen door goed te kunnen slapen.
Maar zoeken ook onze dieren deze zelfde dingen? Vinden zij ook geriefelijkheid op dezelfde manier? Hebben zij dezelfde voedingswensen of belangen?
In het algemeen, NEEN. Katten en honden hebben een slaapbehoefte vrijwel omgekeerd van die van de mens: waar de mens, breed gezegd, 16 uren wakker en 8 uren slaapt in elk 24 uren, is dat voor katten en honden vaker 8 uren wakker en 16 uren slapen – dit moet wel even genuanceerd worden: voor katten en honden zijn deze perioden cumulatief en niet ononderbroken.
Vlees-/alleseters zijnde, katten en honden – en de mens – hebben vergelijkbare etensbehoeften waar het om regelmaat gaat. Allen kunnen voor langere perioden zonder eten gaan zonder grote negatieve bijwerkingen (met uitzondering misschien van geïrriteerdheid!). Het eten van twee of drie maaltijden per dag (vier wordt als minimum aanbevolen voor de kat gezien zijn kleine maag) is comfortabel en komt redelijkerwijze overeen met onze dagelijkse energieconsumptie.
Maar voor andere dieren, vooral planteneters, de behoeften zijn veelal totaal anders. Voedingsgewoonten en -behoeften zullen vaker zijn aangepast aan de plaats van het dier in de voedselketen. Zulke gewoonten, samen met de plaats in de voedselketen, hebben een grote betrekking op de dagelijkse ritme van het dier. Domesticeren en gebrek aan roofdieren zullen deze aanpassingen niet hebben veranderd en het forceren van een onnatuurlijke dieet en regelmaat kunnen zware gezondheidsrisico’s met zich meebrengen.
Toegegeven, sommige opleggingen waren geboren uit noodzaak, gezien de manier waarop de mens zekere geslachten uitgebaat heeft: het paard, vee, honden; de natuurlijke aanleg om te ontsnappen door graven, springen of vliegen: konijnen, vogels...
Maar voor het moderne ‘vrijetijdspaard’ (er zijn weinig werkpaarden in hedendaagse Europa – bijna allen zijn in België te vinden, of bij de garnaalvissers van Oostduinkerke of in de Ardennen waar zij boomstammen uit de bossen halen omdat gemotoriseerde voertuigen de paden er niet langs kunnen), observatie ons een andere levensstijl en behoeften laat zijn dan wat er opgelegd wordt.