Van oudsher, overheersing wordt de manier waarop de mens met zijn dieren werkt; maar de overheersing is weinig meer dan bang maken. Als we echt willen dat een dier met ons mee werkt, dan is niet vrees maar juist de wens dat we moeten opwekken. De geschiedenis van angst wordt voornamelijk gezien in de wereld van honden en van paarden (de circus heeft ook zulke technieken gebruikt maar dat is een andere cultuur en beter elders besproken); deze overheersing heeft zijn weg naar alle niveau’s van de maatschappij gevonden – merkbaar in het eenvoudig gebaar van ‘liefde’ dat wij gebruiken vooral bij paarden maar ook weleens bij honden: wij tikken ze op een steeds hardere manier totdat het nagenoeg echt hard slaan wordt. Wie heeft het bezonnen dat dieren houden van slaan als ze iets goeds gedaan hebben? Er moet wel andere manieren zijn om plezier te vertonen of te belonen. En als het dier zich ‘misdraagt’, wat dan? Zachter tikken? Aaien? Of nog harder slaan? Het is duidelijk dat iets mis is gegaan in de benadering van onze dierlijke ‘vrienden’. En inderdaad, het hoeft echt niet zo te zijn. Zelfs bij ontevredenheid en correctie is pijn niet nodig. Dieren zijn niet zo dom als de mens vaker denkt. Maar ze zijn evenmin slim, sluw nog doortrapt. Ze hebben het gevoel van ‘gewonnen’ niet, het menselijk gevoel dat ons drijft naar het herhalen totdat het dier ‘het begrepen heeft’. Vaker dan niet, dit soort instelling leidt sneller tot frustratie dan tot verwezenlijking.
Laatste wijziging: zaterdag, 18 april 2026, 14:51