De mens heeft een sterke neiging om zijn eigen behoeften en verlangens om gemak en geluk op zijn gedomesticeerde dieren op te leggen. Dat wat goed is voor de mens, moet ook goed zijn voor de dieren. Deels van deze redenering ligt by het fenomeen antropomorfisme, het denken vanuit de mens, het toekennen van menselijke eigenschappen. Zekere gedragingen door een dier geuit, worden als verwijzingen naar mensachtige wensen of belangen uitgelegd. Maar dit is vaker niet het geval. Sommige gedragingen zijn eenvoudige wijze instinctief en zijn aan de natuurlijke acties van het specifieke dier verbonden – zondere enige relatie tot vergelijkbare gedragingen bij de mens; sommige gedragingen zijn dwangmatig door zekere leefregels of routine opgedrongen. En sommige gedragingen zijn het gevolg van verslaving… Keren wij de situatie om, door de leefwijze en gedragingen van andere diersoorten op de mens de leggen, zouden wij heel snel verweer en mogelijk gezondheidsproblemen – fysiek en mentaal – zien; en toch, op enige manier, de mens ziet zich als verstandiger dan het dier. Om Het Transgalactisch Liftershandboek door Douglas Adams losjes te citeren: “De mens heeft zich vergeleken met de dolfijnen als superieur gezien, omdat hij beschavingen heeft opgebouwd, oorlogen heeft gevochten, het atoom gesplitst enz… terwijl alles wat de dolfijnen gedaan hebben is in het water spelen. De dolfijnen zagen zich als superieur, vergeleken met de mens, voor exact dezelfde redenen.”
Laatste wijziging: dinsdag, 21 april 2026, 14:07